De tweede concertmis van 2007 vond plaats op 25 februari, de eerste zondag van de vasten. Het Kortrijks gregoriaans koor Laudate Dominum bracht gezangen aangepast aan de veertigdagentijd.
In 1971 ging het koor Laudate Dominum bescheiden van
start met het verzorgen van de eredienst in de Onze-Lieve-Vrouwkerk te
Kortrijk. Het accent werd voornamelijk gelegd op het in stand houden van
de gregoriaanse gezangen die stilaan in de vergeethoek waren geraakt.
Sedert de oprichting werden ontelbare blijde en droevige gebeurtenissen
door het koor met de passende religieuze gezangen omkranst en dit doorheen
gans de regio. Als belangrijkste hoogtepunten vermelden wij:
• verzorging van de plechtige hoogmis in de Onze-Lieve-Vrouwkerk te
Kortrijk, iedere eerste zondag van de maand om 10 uur
• jaarlijkse traditionele uitvoering van de Allerheiligen-vespers in de
kapel van het Onze-Lieve-Vrouwhospitaal te Kortrijk
• deelname aan de verschillende festivals van het Gregoriaans te Watou
• deelname aan het festival van Vlaanderen te Drongen, Izegem-Emelgem en
Kortrijk
• uitvoering van televisiemis en talrijke radiomissen (vijf radiomissen
per werkjaar)
• organisatie van de vijfjaarlijkse "Gregoriaanse Lente"
• audities te Ieper, Celles, Roermond, Antwerpen, Tongeren, Kortrijk,
Sint-Denijs en Tielt.
Als parel aan de rijkgevulde kroon van het koor werd in het jubileumjaar
1996 (25-jarig bestaan) een cd uitgebracht onder de titel "Pijn die
geneest".
Onder de kundige en enthousiaste leiding van haar dirigent, Werner Beheydt,
leerde het koor de diepzinnigheid van de gregoriaanse zangvorm in zijn
volle glans tot uiting te brengen, geholpen door de studie en de
toepassing van de alleroudste handschriften. Sedert begin 2006 wordt het
koor geleid door Walter Deroo.
Meer over dit koor op hun eigen website
www.laudatedominum.be
Beknopte geschiedenis van het gregoriaans
In de eerste eeuwen van het christendom groeide de
liturgische zang uit een vermenging van de joodse synagoge-zang en de
sacrale melodieën van het oude Griekenland.
Paus Gregorius I de Grote stelde tijdens zijn pontificaat (590-604)
richtlijnen op waaraan de liturgische muziek diende te voldoen. De
gregoriaanse muziek is naar hem genoemd, maar de eigenlijke ontwikkeling
dateert van de achtste eeuw. Zij ontstond door een vermenging van het
Romeinse repertoire met de Gallicaanse zang.
Karel de Grote speelde een grote rol bij het verspreiden van de
gregoriaanse muziek. Om de eenheid binnen zijn rijk te bevorderen,
streefde hij ernaar allerlei zaken te standaardiseren, zowel op materieel
als op geestelijk vlak. Onder zijn impuls werd in heel zijn rijk het
gregoriaans door de geestelijken gebruikt in de liturgie.
Aanvankelijk werd het gregoriaans mondeling overgeleverd. De zangers
beschikten wel over de tekst, maar de melodieën werden op het gehoor
nagezongen en zo van generatie tot generatie doorgegeven. Stilaan ging men
bij de tekst van de gezangen allerlei tekentjes plaatsen die het ritme en
het globale verloop van het gezang weergaven. Later kwamen er ook
verwijzingen naar melodie en toonhoogte bij, door tekens aan te brengen op
horizontale lijnen, de voorloper van onze huidige notenbalken.
Vanaf de elfde eeuw geraakte het gregoriaans stilaan in verval. Het werd
verdrongen door de meerstemmige muziek. Pas in de negentiende eeuw nam de
belangstelling weer toe. Vooral de monniken van het klooster van Solesmes
leverden een belangrijke bijdrage door handschriften uit heel Europa te
verzamelen of te kopiëren. In het begin van de twintigste eeuw werd het
gregoriaans door paus Pius X uitgeroepen tot de kerkelijke muziek bij
uitstek. Tot in de jaren zestig bleef het gregoriaans het officiële gezang
van de katholieke kerk.
De gezangen tijdens de eucharistie zijn
verdeeld in een vast gedeelte en een veranderlijk gedeelte. De teksten van
het vast gedeelte, het ordinarium, zijn vaak al in het vroegste
christendom ontstaan en omvatten aanroepingen, lofzangen en een
geloofsbelijdenis. De teksten van het veranderlijk gedeelte, het proprium,
komen grotendeels uit de bijbel en variëren naargelang de tijd van het
jaar of de heilige die gevierd wordt.
Het proprium dat in deze mis werd uitgevoerd omvatte de volgende gezangen:
Introïtus: Invocábit me…
Invocábit me et ego exaudiam eum:
erípiam eum, et glorificábo eum,
longitúdine diérum adimplébo eum.
Qui hábitat in adiutório Altissimi
in protectióne Dei coeli commorábitur.
Wanneer mijn dienaar Mij aanroept
geef Ik gehoor.
Ik zal hem redden en hem aanzien verlenen.
Wie vertoeft in de schuilplaats van de Allerhoogste,
overnacht in de schaduw van de Almachtige.
Graduale: Angelis suis mandavit de te
Angelis suis mandávit de te,
ut custodiant te in omnibus viis tuis.
In manibus portábunt te,
ne unquam offéndas ad lápidem pedem tuum.
Hij heeft zijn Engelen belast
op al uw wegen u te bewaken.
Zij zullen u op handen dragen,
opdat gij uw voet niet stoot aan een steen
Offertorium: Scapulis suis
Scápulis suis obumbrábit tibi Dominus
et sub pennis eius sperábis:
scuto circúmdabit te véritas eius.
Met zijn vleugels zal de Heer u beschermen,
en onder zijn wieken zult gij vertrouwen
met een schild zal zijn trouw u omgeven.
Communio: Scapulis suis
Scápulis suis obumbrábit tibi Dominus
et sub pennis eius sperábis:
scuto circúmdabit te véritas eius.
Met zijn vleugels zal de Heer u beschermen,
en onder zijn wieken zult gij vertrouwen
met een schild zal zijn trouw u omgeven.
terug naar overzichtspagina Missa Solemnis
